Tips van de verloskundige voor een geslaagde borstvoeding

  • Goed aanleggen. Een goede borstvoeding start met goed aanleggen. Zo leert je kindje op de juiste manier te drinken en heb je minder kans op kwaaltjes als tepelkloven of borstontsteking. Probeer je baby meteen het eerste uur na de geboorte aan te leggen en zorg ervoor dat hij de volledige tepelhof in zijn mondje neemt, niet enkel de tepel. Echt hongerig is hij die eerste dagen nog niet, maar voor het op gang komen van je melkproductie is het van belang dat je er snel mee begint.
  • Ontspannen  Bij het geven van borstvoeding zorgt het hormoon oxytocine voor de toeschietreflex. Hierbij trekken de spiertjes rondom de melkklieren samen, zodat de melk in de melkkanaaltjes stroomt. Er is een rechtstreeks verband tussen ontspanning en het vrijkomen van oxytocine. Hoe rustiger jij bent, hoe sneller het hormoon zal vrijkomen. Omgekeerd zorgt het hormoon er ook voor dat jij (en dus ook je baby) je ontspannen voelt.
  • Melkproductie stimuleren  Om je melkproductie op gang te helpen, kun je regelmatig een kop thee maken met kruidenmix van plantenextracten die de melkproductie ondersteunen en een rustgevende en harmoniserende invloed hebben. Neem vanaf het einde van je zwangerschap en tijdens de volledige borstvoedingsperiode 1 tot 3 kopjes per dag.
  • Pas je voeding aan  Nu je baby geboren is, wil je graag zo snel mogelijk terug op je gewicht van voor de zwangerschap komen. De borstvoedingsperiode is echter geen goed moment om te gaan lijnen. Waarschijnlijk ben je vaak hongerig, wat een teken is dat je juist meer calorieën kunt gebruiken. Eet kleine voedzame maaltijden met gezonde snacks tussendoor. Zo houd je de honger in de hand en blijft je energiepeil hoog. Wees je ervan bewust dat wat je eet ook invloed heeft op de melk die je produceert. Vermijd peterselie, salie en citrusvruchten, want zij remmen de melkproductie af. Zoete en bittere zaden, zoals anijszaad en amandelen bevorderen daarentegen juist de melkproductie, vandaar dat ze van oudsher in kraamcadeaus worden verwerkt. Kool, uien, prei, citrus- en peulvruchten werken nogal eens gasvorming bij je baby in de hand. Ook producten die rechtstreeks uit de koelkast komen, zoals ijs of koude yoghurt, kunnen krampen veroorzaken.
  • Zorg voor natuurlijke versterking  Tijdens de kraamperiode, en zeker als je borstvoeding geeft, is het verstandig om een voedingssupplement te nemen, bij voorkeur rijk aan vitamine C. Een supplement op basis van het sap van de sleedoornbes geeft het lichaam kracht en energie en activeert de opbouwende processen in het lichaam.
  • Volg de behoefte van je baby tijdens de eerste weken  Inmiddels lijkt men het er over eens dat voeden op vraag -dus telkens wanneer je kindje aangeeft dat het honger heeft- bij borstvoeding tijdens de eerste weken het beste werkt. De melkproductie verloopt beter naarmate je kindje vaker aan de borst drinkt. Want hierbij masseert hij de melk telkens weer met zijn kaken uit je borst. Wat dat betreft is het dus helemaal geen probleem als je baby veelvuldig aangeeft dat hij wil drinken. In de praktijk wil je kindje in de kraamtijd vaak elke 2 à 3 uur drinken, maar soms ook al na 1,5 uur. Je kindje moet zich de zuigtechniek eigen zien te maken. En zelf lukt het je misschien ook niet meteen om de goede houding te vinden. Het veelvuldig aanleggen biedt je bovendien de kans je kind en zijn karakteristieke manier van doen beter te leren kennen
  • Houd rekening met regeldagen  Onverklaarbare hongeraanvallen doen zich vaak voor rond de 10e dag, na ongeveer 6 weken en na 3 maanden. ‘Regeldagen’ worden die periodes genoemd. Als je op deze dagen ingaat op de vraag van je kind en hem tijdelijk wat meer aanlegt (in de praktijk vaak elke 2 uur of vaker), dan neemt vanzelf je melkproductie toe. Na een paar dagen keert de rust in de meeste gevallen terug en zie je tot je opluchting weer een tevreden baby na de voeding.