De ontwikkeling van een positief zelfbeeld

In een draagdoek ervaart je baby de wereld vanuit een voor hem veilige positie. De massa prikkels die hij op korte tijd te verwerken krijgt boezemen hem, zo knus gedragen, geen angst in. Dit gevoel van veiligheid leidt tot de ontwikkeling van een positief zelfbeeld en vormt later de basis voor een zelfbewuste en zelfverzekerde persoonlijkheid.

Na negen maanden van warmte, beweging en constant contact met de moeder, vormt de geboorte een grote overgang en hebben baby’s behoefte aan  veel en intiem contact met de ouder: baby’s hebben huidhonger. Baby’s die dicht tegen je aan gedragen worden, genieten zichtbaar van dit directe lichamelijke contact.

De schommelende bewegingen in de draagdoek, de gedempte geluiden die het kindje in de doek hoort en de ademhaling en hartslag van de drager prikkelen constant op een heel tedere wijze het ademen stimuleren zachtjes de hartslag van de baby.

In een draagdoek voelt een baby zich veilig en geborgen; hij voelt de lichaamswarmte, hoort de stem, van zijn moeder, herkent haar geur en bevindt zich in voortdurend oogcontact met haar. In de geborgenheid van de draagdoek ervaart je baby de wereld vanuit een voor hem veilige positie. De massa prikkels die hij op korte tijd te verwerken krijgt boezemen hem, zo knus gedragen, geen angst in. Als een kindje schrikt van bijvoorbeeld een harde knal, zal hij aan mama’s hartslag, ademhaling en spierontspanning voelen dat het oké is.

Dit gevoel van veiligheid leidt tot de ontwikkeling van een positief zelfbeeld en vormt later de basis voor een zelfbewuste en zelfverzekerde persoonlijkheid. In tegenstelling tot wat vroeger werd aangenomen, is het nu wel duidelijk dat het veel dragen van je baby niet leidt tot verwennerij en afhankelijkheid maar dat wel het tegendeel wordt bereikt


Lees ook